Kappie

De zee had een sterke aantrekkingskracht op Marten. Dat had ongetwijfeld te maken met zijn vader, Marten Toonder senior, die als gezagvoerder de oceanen bevoer, en ook met zijn jeugdjaren in Rotterdam waar de haven zich toen nog in het hart van de stad bevond.

De weekstrip ‘Pitch and Toss’ van de Engelsman Roy Wilson, die in de eind-dertiger jaren op de voorpagina van het in Londen uitgegeven Funny Wonder verscheen, was een inspirerend voorbeeld voor Marten, niet alleen vanwege de briljante slapstick-situaties, maar ook omdat de gebeurtenissen zich op een zeeschip afspeelden. In 1940 maakte Marten dan ook zijn eerste maritieme stripverhaal: ‘Japie Makreel’ voor het weekblad Doe Mee! In 1942 beleefde Japie nog een tweede avontuur, maar door de papierschaarste werd het jeugdblad gestopt, en daardoor ook deze strip.

Eind 1944 werd het duidelijk dat de Duitse bezetting van Nederland ten einde liep en dat er een nieuwe vraag naar beeldverhalen zou ontstaan. Toonder opperde het idee over een sleepbootkapitein die de weer vrije zeeën zou bevaren. Enkele medewerkers van zijn studio maakten ontwerpen, maar uiteindelijk was het Marten zélf die het eerste verhaal over ‘Kappie’ tekende en schreef. Het werd vanaf 27 december 1945 geplaatst in de kranten Het Vaderland en het Algemeen Dagblad. De ononderbroken serie van 140 avonturen die volgde, kwam op 12 juli 1972 definitief ten einde.

In de loop van die periode was ‘Kappie‘ ook te vinden in Belgische, Deense, Duitse, Finse, Franse, Luxemburgse, Noorse en Zweedse kranten en tijdschriften. De hoofdrolspelers waren Kappie, de gezagvoerder; stuurman Tjeerd Duizendschoon, ‘Maat’ genoemd; en Siep Tuitkan, de meester. Andere terugkerende karakters waren de vermogende Senor Rivaldi, de scheepskok Li Sing (die beiden door Phiny Dick werden geïntroduceerd) en de scheepsjongen Okki (een creatie van Harry van den Eerenbeemt).

Het was de schrijver Dirk Huizinga die Kappie (eigenlijk voluit Anne Wobke geheten) zijn Groningse komaf gaf door hem uitdrukkingen als ‘Hai, hai’ en ‘Het is ja slim’ in de mond te leggen, tot grote vreugde van Marten Toonder senior, die zelf uit Groningen stamde. Maar daar hield de gelijkenis tussen hem en de stripfiguur op – hoewel senior van de studiomedewerkers de bijnaam ‘Kappie' kreeg.