De Ontlijner deel 10

Deel tien van Bert Juistenga's  verhaal De Ontlijner over hoe gevaarlijk het is om alles op internet voor waar aan te nemen. Juistenga won met dit verhaal de tweede prijs in de wedstrijd Schrijf een Bommelverhaal.

Joris Goedbloed had met Tom Poes afgesproken bij het Lijncafé. Hij wist niet wat zijn opdrachtgever met het museumstuk beoogde en was dan ook zeer verbaasd toen Tom Poes hem bedankte, het document oprolde en het aan Ollijn gaf die het zonder aarzelen opat.
'Wat doe je?' riep Joris Goedbloed. 'Ik hoopte dat we het document zouden verkopen aan een verzamelaar in een ver land en dat we de opbrengst zouden delen. Nu is alles voor niks geweest!'
'Nee hoor,' zei Tom Poes. 'Let maar op, het was zeker niet voor niks. En maak je over geld niet druk, als heer Bommel terug is zal ik een goed woordje voor je doen. Tenslotte is hij zo langzamerhand de enige die nog over geld kan beschikken.'
De pseudo-oudheidkundige besloot dat hij weinig anders kon doen dan afwachten.
'Over heer Ollie gesproken,' vervolgde Tom Poes. 'Ik vraag me af waar hij nu is en hoe lang het duurt voor hij terug komt, want we moeten nog het een en ander doen.'
Op het gemeentehuis had burgemeester Dickerdack Dorknoper bij zich geroepen om samen met commissaris Bas de economische crisis te bespreken. Ze wilden juist de openbare orde in kaart gaan brengen toen zich een volgende crisis aandiende. Dit was een crisis van grotere proporties, zoals duidelijk werd uit de foutmeldingen en alarmgeluiden die zich op alle computers in het overheidsgebouw begonnen te manifesteren.
Dorknoper snelde door de gangen en kwam spoedig terug met zijn conclusie.
'De Lijn is helemaal op hol geslagen,' bracht hij vol ongeloof uit. 'Rommeldam bestaat niet meer!'
'Wat praat je nu voor nonsens?' mopperde de burgemeester. 'Rommeldam bestaat niet? Waar ben ik dan burgemeester van, huh?'
'Je bent burgemeester van..., van niks,' antwoordde de ambtenaar.
'Het is niet nodig om persoonlijk te worden,' sprak de burgemeester. 'We zitten in een crisis. Dit is niet het moment om elkaar met oud zeer om de oren te slaan.'
'Niks oud zeer,' riep de ambtenaar met overslaande stem. 'Volgens de Lijn is er geen Rommeldam. En de Lijn is de norm, dat zijn jouw eigen woorden. Ik ben ambtenaar 1e klasse van een stad die niet bestaat, jij bent burgemeester van een verzinsel, een mythe! Wij hebben als overheid dus geen enkel recht van spreken...'
'Ja, nog even,' kwam commissaris Bas tussenbeide. 'Als het zo doorgaat ga ik met vervroegd pensioen en zit ik straks te vissen langs de Rommel. Kom op, zijn jullie helemaal gek geworden?'
'Het slaat inderdaad nergens op,' antwoordde de burgemeester. 'Ze zijn op de Lijn het spoor volledig bijster, wat ik je vertel. Iedereen weet dat Rommeldam al sinds 1216 bestaat, de oprichtingsakte kan je zo oproepen op je scherm.'
Dorknoper voegde de daad bij het woord, maar van de stichting van Rommeldam was op de Lijn geen sprake. Iemand die niet beter wist zou denken dat de stad nooit bestaan had.
Het nieuws dat Rommeldam niet bestond drong langzaam maar zeker overal via de Lijn door. Alle officiële stukken afkomstig van de gemeente Rommeldam bleken ongeldig te zijn, van belastingaanslagen en milieuheffingen tot bestemmingsplannen en beleidsnota's. Joris Goedbloed, die de berichten nieuwsgierig volgde, was de enige die door had dat Tom Poes met zijn papierverslindende metgezel hier een hand in had. Met een gretige blik keek hij naar de ontlijner. 'Ik zou dit wezentje graag onder mijn hoede nemen,' glimlachte hij. 'Onder mijn vindingrijke leiding zijn we tot grote dingen in staat.'
'Vergeet het maar,' zei Tom Poes. 'Ik ken jou, en het soort leiding dat jij geeft. Ollijn blijft bij mij, maar er is wel iets anders waar je me bij kunt helpen.'
Ondertussen had hij op de computer uitgevonden dat de Albatros de volgende dag rond het middaguur het eiland Krook zou aandoen. Op een andere pagina vond hij het telefoonnummer van de Algemene Krook Bank waarna hij Joris Goedbloed uitlegde wat de bedoeling was.
'Heer Poes,' zei de creatieve zakenman, 'de samenwerking bevalt me steeds beter, wij zouden een mooi duo vormen.'
'Ja, ja, dat zal wel,' zei Tom Poes. 'Laten we eerst een telefoon gaan zoeken, voordat de banken gesloten zijn daar op de Krookeilanden.'
De bewoners van de Krookeilanden staan bekend om hun rustige karakter. Zij raken niet licht uit hun evenwicht, stellen geen moeilijke vragen en bekommeren zich niet om andermans problemen. Eigenschappen die hen uitermate geschikt maken voor het beroep van bankier. Toch was de directeur van de Algemene Krook Bank verrast toen zijn secretaresse hem doorverbond met een hoge functionaris van de Internationale Monetaire Unie.
'De IMU belt eigenlijk nooit,' zei hij. 'Meestal doen ze een onverwachte inval die wij dankzij onze informanten tijdig zien aankomen.'
'Krokman, AKB,' sprak hij met heldere stem. 'Waarmee kan ik u helpen?'
'U spreekt met Sem Perfidelis,' sprak de beller. 'Inspecteur-Generaal van de Internationale Monetaire Unie met een dringende waarschuwing.'
De bankdirecteur had nooit van deze IMU-topman gehoord, maar de stem klonk hem betrouwbaar in de oren.
'Er is een schip met goud naar uw eiland onderweg,' vervolgde de Inspecteur-Generaal. 'De eigenaar van dit kapitaal is een zekere Olivier B. Bommel. Waarschijnlijk wel bekend?'
'Jazeker, die naam ken ik,' bevestigde heer Krokman. 'Timmert flink aan de weg met bouw- en subsidiefraude, gerommel met aandelen, schimmige valutahandel.'
Kortom, iemand die niet op zou vallen tussen de overige klanten van de AKB, maar het leek hem wijs om dat voor zich te houden.
'Over die Bommel hebben we het,' zei de heer Perfidelis. 'De IMU doet onderzoek naar zijn handel en wandel, want hele bevolkingsgroepen worden door deze geldwolf in armoede ondergedompeld. Daar gaan wij paal en perk aan stellen.'
'Wat adviseert u mij?' vroeg de heer Krokman. 'Het is niet onze gewoonte cliënten weg te sturen en nu de goudprijs in de lift zit zou ik deze heer graag van dienst zijn.'
'Dat begrijp ik,' gaf de Inspecteur-Generaal toe. 'U kunt zijn goud voor geld omwisselen, daar maakt de IMU geen probleem van. Maar mocht de heer Bommel een rekening willen openen om zijn bezit bij uw instelling te deponeren, dan voorspel ik u op korte termijn een diepgaande doorlichting van uw bankiersbedrijf.'
'Wij hebben natuurlijk niets te verbergen,' sprak de bankdirecteur. 'Neemt niet weg dat zo'n onderzoek van de IMU altijd een hoop stof doet opwaaien en ik ben allergisch voor stof. Ik weet wat mij te doen staat.'
De Inspecteur-Generaal bedankte hem voor zijn tijd en verbrak de verbinding.
'Sem Perfidelis?' vroeg Tom Poes.
'Studie van de klassieke talen,' antwoordde Joris Goedbloed. 'Semper fidelis, altijd betrouwbaar, zoals mijn toehoorder heel goed aanvoelde.'
Daar had hij gelijk in, want bankdirecteur Krokman bereidde zich zorgvuldig voor op de komst van de gefortuneerde reiziger.
'Het eerste deel van mijn plan is geregeld,' zei Tom Poes. 'Morgen is er een hoop te doen en overmorgen verwacht ik heer Ollie weer terug, dan spreek ik hier in de ochtend weer met je af, Joris. Ik heb nog één keer jouw hulp nodig, want je bent erg handig met computers en de Lijn.'
De expert wilde graag weten wat het plan precies inhield, maar Tom Poes deed er het zwijgen toe en vertrok samen met Ollijn.
'Jammer dat er zo weinig vertrouwen is terwijl wij toch zielsverwanten zijn,' vond Joris Goedbloed, 'ik mag hem steeds meer.'

terug naar overzicht
12 - 11 - 2015