De Ontlijner deel 11

Deel elf van Bert Juistenga's  verhaal De Ontlijner over hoe gevaarlijk het is om alles op internet voor waar aan te nemen. Juistenga won met dit verhaal de tweede prijs in de wedstrijd Schrijf een Bommelverhaal.

'Het eerste deel van mijn plan is geregeld,' zei Tom Poes. 'Morgen is er een hoop te doen en overmorgen verwacht ik heer Ollie weer terug, dan spreek ik hier in de ochtend weer met je af, Joris. Ik heb nog één keer jouw hulp nodig, want je bent erg handig met computers en de Lijn.'
De expert wilde graag weten wat het plan precies inhield, maar Tom Poes deed er het zwijgen toe en vertrok samen met Ollijn.
'Jammer dat er zo weinig vertrouwen is terwijl wij toch zielsverwanten zijn,' vond Joris Goedbloed, 'ik mag hem steeds meer.'
De volgende dag heerste er onveranderd een opgewonden sfeer in Rommeldam. Als men de Lijn geloofde was Rommeldam een niet bestaande stad en dat was een overduidelijke leugen, daar twijfelde niemand aan. De grootste zorg was echter het feit dat iedereen nu al een dag zonder geld zat. Hier en daar kon men door ruilhandel in elkaars behoeften voorzien, maar op de langere termijn bood dit geen soelaas. Op straat verschenen spandoeken die zich richtten tegen het gemeentebestuur. Artikelen op de Lijn wakkerden de onrust nog verder aan met opruiende koppen als 'Waar blijft de overheid als de nood het hoogst is?', 'Geef onze florijnen terug!' en teksten van gelijke strekking.
De burgemeester zat overspannen achter zijn bureau. 'We hebben dringend een oplossing nodig, de crisis slaat mij op de maag en al ons geld is op. Geld dat misschien niet eens van ons was, want we zijn een overheid van een stad die niet bestaat! Wat denk je daarvan Dorknoper? Mijn glansrijke carrière, alles is voor niets geweest. En buiten hoor ik demonstraties en oproerkraaiers. Doe jij toch eens wat, Bulle Bas, wat ben je nou voor een hoofdcommissaris?'
'Doe toch eens wat?' bromde de politiebeambte. 'Makkelijk praten voor een burgemeester zonder stad. Ik zal je zeggen wat ik doe. Ik gedoog. Weet je nog? Prettige wedstrijd verder.'
Met die woorden verliet hij het vertrek, de burgemeester met zijn ambtenaar 1e klasse in verwarring achterlatend.
Onbewust van de wantoestanden in Rommeldam wandelde heer Bommel de loopplank van de Albatros af. Het eiland Krook viel een beetje tegen en hij beklaagde zich bij kapitein Wal Rus over de motregen en de kille temperaturen.
'Drommelse landlubbers,' bromde de kapitein. 'We varen amper een dag en dan denkt Frubbels dat hij in een subtropische hangmat kan gaan liggen.'
Ook de ontvangst bij de bank viel heer Bommel tegen. Hoewel men graag zijn goudvoorraad wilde inwisselen voor bankbiljetten in elke gewenste valuta, was het niet mogelijk om een rekening te openen.
Bankier Krokman legde geduldig uit dat bepaalde geruchten die de ronde deden over heer Bommel de reputatie van de bank zouden kunnen schaden.
'Het leven van een heer gaat niet over rozen,' zuchtte de verdachte reiziger. 'Nergens ben ik nog welkom.'
'Oh nee,' stelde heer Krokman hem gerust. 'Mocht achteraf uw onschuld blijken, dan bent u natuurlijk van harte welkom. Maar zolang u in de problemen zit trekken wij onze handen van u af.'
De bankier bood heer Bommel niettemin een gunstige prijs voor zijn goud. Tot heer Bommels verbazing was zijn vermogen tijdens de zeereis opnieuw gegroeid. Dat werd veroorzaakt door de Bovenbazen die nauwgezet in de gaten hielden waar OBB zijn geld in belegde en zijn voorbeeld volgden, zodat de goudprijs drastisch steeg.
De toegenomen rijkdom verschafte heer Bommel weinig plezier.
'Ik dacht mijn vermogen hier op een bankrekening te kunnen storten,' klaagde hij. 'Maar ik wordt van het kastje naar de muur gestuurd met vrachtwagens vol geld terwijl de waarde me boven het hoofd groeit. En die korte vakantie hoeft voor mij ook niet meer, want de gastvrijheid en het klimaat vallen me zwaar tegen. Ik kan net zo goed weer naar huis gaan als de Vikingen er tenminste nog iets van hebben overgelaten.'
Zodoende meldde heer Bommel zich weer bij de Albatros, waar de kapitein blij was zo snel een vracht voor de terugreis te hebben gevonden.
'Wat heb je bij je, Grobbels?' vroeg hij belangstellend.
'Het is Bommel, gewoon Bommel,' antwoordde deze. 'Alles wat ik aanraak stijgt in waarde als het niet verdwijnt, zodat ik vrachtauto's vol met franken, kronen, marken en lires voor mijn goud heb gekregen. Alles behalve florijnen, want de florijn is door de bodem gezakt of iets dergelijks, als u begrijpt wat ik bedoel.'
Kapitein Wal Rus fronste. 'Je hoort nog wel eens van piraterij rond Kaap Hozebek, de wereld is klein tegenwoordig, ik hoop dat ze er geen lucht van krijgen.'
De beveiligers van heer Bommel kenden toevallig het telefoonnummer van de piraten en zij boden aan tegen een geringe vergoeding een telefoontje te plegen, zodat men zorgeloos de terugreis kon aanvaarden. Heer Bommel trok zijn portefeuille en de bedenkingen van de kapitein verdwenen spoedig toen hij zag hoe eenvoudig het piratenprobleem opgelost werd, waarna het schip werd geladen en kort daarop de haven verliet.
Tom Poes had 's morgens zijn computer even aangezet om te kijken wat er in de stad gebeurde. Zoals verwacht heerste er chaos. Volgens de Lijn bestond Rommeldam nog steeds niet, maar alle inwoners wisten dat hier sprake was van een kolossale misvatting. De verwarring werd versterkt door de ontwaarding van de florijn die iedereen bankroet had gemaakt en een lokale overheid die schitterde door afwezigheid. Tom Poes las dat hogere overheden wel degelijk interesse toonden voor de gebeurtenissen in Rommeldam en omstreken.
Tijdens een vergadering van de United Nations Institute, een organisatie waarin alle volkeren verenigd zijn, bracht de voorzitter van de Commissie der Onderdrukte Volksstammen de kwestie te berde.
'Is hier sprake van een illegale nederzetting?' vroeg de voorzitter van UNI-COV waarna hij in 126 talen vertaald werd. 'En de oorspronkelijke bewoners? Zijn zij onbeschaafd van hun geboortegrond verdreven? Hebben zij een passende schadevergoeding ontvangen? Moet de UNI een legertje met blauwe helmen sturen?'
De voorzitter had erg veel vragen en alles moest vertaald worden waardoor de vergadering nogal uitliep. Uiteindelijk nam men per resolutie het besluit om een subcommissie in te stellen die over drie maanden rapport zou uitbrengen waarna de Opperste Raad van de UNI geadviseerd zou worden omtrent het in te nemen standpunt.
Tom Poes schudde het hoofd en sloot zijn computer af. 'Uit die hoek hoef ik de oplossing niet te verwachten, we zullen het zelf moeten doen.'
Hij gaf Ollijn een bordje papiersnippers, pakte een filmcamera met statief en ging op weg naar juffrouw Doddel.

terug naar overzicht
17 - 11 - 2015