De Ontlijner deel 12

Deel twaalf van Bert Juistenga's  verhaal De Ontlijner over hoe gevaarlijk het is om alles op internet voor waar aan te nemen. Juistenga won met dit verhaal de tweede prijs in de wedstrijd Schrijf een Bommelverhaal.

Joris Goedbloed had de berichten over de UNI-commissie ook gelezen en kreeg een idee.
'Morgenochtend moet ik Tom Poes helpen, maar wat hij van plan is weet ik niet,' sprak hij in zichzelf. 'Het heeft met Bommel te maken, maar wat? Hoog tijd voor plan B, want hier valt sowieso niets meer te verdienen en de enige die nog geld heeft is Bommel, veel geld zelfs!'
Zo sprekende verliet de creatieve geest het Lijncafé en begaf zich naar een kraakpand waar hij enkele bezittingen opgeslagen had. Daar ging hij naarstig op zoek naar een vermomming die inmiddels jarenlang ongebruikt in de kast hing.
'Het is lang geleden,' sprak hij, 'maar de rol was mij op het lijf geschreven. Fallaces sunt rerum species, zoals wij latinisten zeggen. Schijn bedriegt.'
Juffrouw Doddel schonk een kopje thee in voor Tom Poes en luisterde naar het plan dat hij bedacht had. Ze was enthousiast totdat Tom Poes vertelde wat haar rol in het stuk was.
'Een filmpje? Op de Lijn?' vroeg ze verlegen. 'Dat is toch niks voor mij? En dan ziet iedereen mij straks..., nou, ik weet het niet hoor.'
'U bent er precies de juiste persoon voor,' probeerde Tom Poes haar te overtuigen. 'Het is echt niet moeilijk. Ik heb uw tekst al voorbereid en we kunnen het net zo vaak overdoen totdat het er mooi op staat. Heer Ollie zal u eeuwig dankbaar zijn.'
Die gedachte hielp en na enige aarzeling stemde juffrouw Doddel toe. Tom Poes stelde zijn filmcamera in, juffrouw Doddel oefende op de korte toespraak die Tom Poes geschreven had en na het verschuiven van enkele meubelstukken werd de opname gestart.
De volgende ochtend trof Tom Poes Joris Goedbloed op de afgesproken tijd bij het Lijncafé. Wegens het ontbreken van betalende klanten was de zaak niet geopend, maar Joris Goedbloed liet zich hierdoor niet belemmeren en had de ingang op kundige wijze met een haarspeld ontsloten.
'Ik heb een filmpje gemaakt,' zei Tom Poes. 'Kan jij de codes van de Lijn kraken en ervoor zorgen dat mijn filmpje tegelijkertijd op alle computers in de stad wordt afgespeeld?'
'Het ambacht van inbreker kent voor mij geen geheimen,' lachte de klassiek geschoolde zakenman en hij begon driftig te typen. Toen hij klaar was sloot Tom Poes de filmcamera aan op de computer en met een zwierig gebaar drukte Joris Goedbloed op het toetsenbord.
'We zijn in de lucht,' riep hij triomfantelijk.
Op het beeldscherm en op alle andere beeldschermen in de stad werd juffrouw Doddel zichtbaar. Zij zat in haar huiskamer aan tafel en richtte nu het woord tot de kijker.
'Landgenoten, medebewoners van Rommeldam,' begon zij op vriendelijke toon. 'Wij maken met elkaar een moeilijke tijd door. De geldcrisis treft ons allen. En dan al die nare berichten op de Lijn. Men beweert dat onze mooie stad Rommeldam niet bestaat! Wij weten natuurlijk wel beter en kunnen met elkaar vaststellen dat niet alles wat op de Lijn verteld wordt de waarheid is. Zo zijn er hele lelijke roddels verspreid over mijn goede vriend en buurman, heer Olivier B. Bommel. Hij zou een misdadiger zijn, fraude plegen en verantwoordelijk zijn voor de ondergang van de florijn. Allemaal fabels. En om te bewijzen dat hij het beste voorheeft met de stad en haar inwoners organiseert heer Bommel vanmiddag een groot festival bij het oostelijk havengebied. Daar zal hij iedereen die geld nodig heeft van een klein startkapitaaltje voorzien, zodat we deze nare geldcrisis snel kunnen vergeten. Heer Bommel vraagt een kleine tegenprestatie van u. Breng alstublieft een stukje van de Lijn mee. Pak een spade en graaf een stukje van de Lijn op in uw tuin of langs de weg en neem het mee. Vanmiddag rond twee uur begint het feest, dus lieve burgers van Rommeldam: handen uit de mouwen en tot gauw.'
Na deze korte toespraak werd het beeld zwart.
'Een kleine twee uur voor het feest begint,' berekende Joris Goedbloed.
'Ik moet snel naar de haven' zei Tom Poes. 'Ik moet een schipper zien te vinden die mij naar de Albatros kan brengen, want heer Ollie weet nog van niets.'
Tom Poes bedankte Joris Goedbloed en haastte zich naar buiten met Ollijn. Daardoor zag hij niet hoe het gezicht van de computerkraker opklaarde.
'Bommel weet nog van niets,' lachte hij. 'Heel even dacht ik dat Tom Poes een streep door mijn rekening zette, maar zoals de ouden zeiden, nihil desperandum, wanhoop niet!'
Hij haalde een uniform uit zijn koffertje tevoorschijn en even later kon men een hooggeplaatst functionaris uit het Lijncafé zien vertrekken in de richting van het vliegveld.
De boodschap van juffrouw Doddel had resultaat. Tuinen werden omgespit en trottoirs opgebroken om een stukje Lijn te bemachtigen. Nu de Lijn overal onderbroken werd kwam de informatieoverdracht tot stilstand en daalde er ondanks alle graafwerkzaamheden een vreemde rust neer over de stad.
In de haven trof Tom Poes iemand die de boodschap gemist had. Het was commissaris Bulle Bas die vanaf een politievaartuig een vishengel uitwierp in de haven.
'Ik voel me een beetje uitgebrand,' verklaarde hij. 'De crisis haalt mij in. Gedoogbeleid en dan die Lijn. Volgens mij klopt er helemaal niks van, maar misschien ben ik niet met mijn tijd meegegaan.'
'U maakt zich teveel zorgen,' zei Tom Poes. 'De Lijn bracht ons een hoop narigheid. Rommeldam bestaat niet, heer Bommel is een boef, allemaal leugens. Maar daar wordt een stokje voor gestoken. En u kunt een belangrijke bijdrage leveren aan de oplossing door mij naar de Albatros te varen.'
Commissaris Bas was blij dat hij eindelijk weer eens in actie kon komen en voer even later met Tom Poes en Ollijn de haven uit.
Op het vliegveld was een piloot zijn helikopter aan het poetsen toen er een geüniformeerd functionaris van hoge rang op het platform verscheen die zich bekendmaakte als inspecteur Priembickel, afgezant van de UNI met een geheime opdracht van de Commissie der Onderdrukte Volksstammen.
'Over een uur loopt de Albatros de haven van Rommeldam binnen,' sprak de UNI-inspecteur op gewichtige toon. 'Brengt u mij onmiddellijk naar het schip, dan kunnen wij de naderende ramp afwenden.'
De piloot begreep dat je bij geheime opdrachten niet om nadere toelichting mag vragen en het duurde dan ook niet lang voor hij zijn vliegmachine in gereedheid had gebracht en met zijn belangrijke passagier opsteeg.

terug naar overzicht
24 - 11 - 2015