De Ontlijner deel 13

Deel dertien van Bert Juistenga's  verhaal De Ontlijner over hoe gevaarlijk het is om alles op internet voor waar aan te nemen. Juistenga won met dit verhaal de tweede prijs in de wedstrijd Schrijf een Bommelverhaal.

aflevering 13 van de ontlijner door Bert Juistenga. Met excuses voor de vertraagde plaatsing!
Heer Bommel stond aan dek en zag het havenhoofd met gemengde gevoelens naderen.
'Bij mijn vertrek was men niet erg vriendelijk,' zuchtte hij. 'Nu word ik waarschijnlijk met pek en veren opgewacht. Een heer gaat op zijn weg gebukt onder smart wanneer men zijn goede bedoelingen niet onderscheidt. Ik zal het met mijn laatste krachtsinspanning moeten dragen, maar soms wordt het mij allemaal te veel.'
Zijn sombere gedachten werden onderbroken door naderend motorgeluid. Een politieboot kwam langszij, waaruit Tom Poes en Ollijn aan boord van de Albatros klommen. Terzelfder tijd hing er een helikopter boven het dek en langs een touwladder kwam iemand in uniform naar beneden.
De onbekende in uniform was als eerste aan boord en eiste nu alle aandacht van heer Bommel op.
'Inspecteur Priembickel,' stelde de vreemdeling zich voor. 'Met een belangrijke boodschap van de UNI die ik u in vertrouwen moet mededelen. Kunnen wij ons even terugtrekken?'
'Heer Ollie, luister niet naar hem,' riep Tom Poes die achter hen aan dek was geklommen.
De inspecteur duwde heer Bommel en Ollijn voor zich uit in de richting van de kombuis en probeerde Tom Poes op afstand te houden. Dat lukte slechts ten dele zodat heer Bommel toch de woorden 'oplichter' en 'bedrieger' opving. In de kombuis snoerde de UNI-inspecteur Tom Poes de mond door hem met kracht in een kast te duwen waarna hij de deur op slot draaide. De stem van de gevangene was nog steeds vaag te horen zodat de inspecteur besloot dat de omgeving ongeschikt was voor een vertrouwelijk gesprek. Hij voerde heer Bommel terug naar buiten en begon uit te leggen dat iemand met het statuur van heer Bommel door hogere kringen natuurlijk als lichtend voorbeeld gevolgd wordt zodat de UNI al snel op de hoogte was van het onrecht dat hem overkwam. In soortgelijke bewoordingen ging hij verder met het prijzen van de zo onrechtvaardig bejegende voorbeeldfiguur. Heer Bommels stemming knapte zienderogen op, eindelijk was er iemand die hem op waarde wist te schatten en dan ook nog zo'n belangrijke afgevaardigde van de UNI.
'De UNI heeft al uw zorgen weggenomen,' besloot de inspecteur. 'Om alles een beetje te vergeten hebben wij een groot feest georganiseerd bij het oostelijk havengebied, waar de bevolking u een hartelijk welkom zal bereiden.'
Heer Bommel was diep onder de indruk en bedankte de UNI-functionaris uitvoerig.
'U hoeft mij niet te danken, ik deed slechts mijn werk,' zei de inspecteur bescheiden. 'Anderzijds, ik heb persoonlijk nogal wat kosten moeten maken die niet in de begroting waren opgenomen, een kleine donatie voor de zuivering van uw goede naam zal ik vanzelfsprekend in dank aanvaarden.'
Heer Bommel begreep dat volkomen en haalde zijn portefeuille tevoorschijn. Het bevatte slechts enkele dollarbiljetten die de inspecteur met lichte teleurstelling in ontvangst nam. Heer Ollie merkte dat op en bood aan om de overige kosten middels een cheque te voldoen. Dit verheugde de inspecteur.
'Het liefst in dollars,' zei hij. 'Een kleine tegemoetkoming, hooguit enkele duizendtallen, meer niet.'
'Geen probleem,' sprak heer Ollie. 'Geld speelt geen rol voor een heer die eindelijk erkenning krijgt, ik schrijf een cheque voor u uit, maar dan gaan we toch weer even naar de kombuis, want daar staat een tafel.'
De inspecteur betwijfelde of dat een goed idee was, want de kast maakte nog steeds geluid. Het gebonk op de deur leek heer Bommel echter niet te deren en hij schreef in sierlijke cijfers een bedrag van vijfduizend dollar op de cheque. De inspecteur merkte terloops op dat er ruimte was voor een extra nulletje waarop heer Bommel hem tot zijn verrassing gelijk gaf en een nul toevoegde. De inspecteur borg de cheque op en kreeg nu grote haast. De uitnodiging van heer Bommel om aan de festiviteiten in Rommeldam deel te nemen sloeg hij af, zijn agenda liet het niet toe. Langs de touwladder klom hij weer in de helikopter en verdween naar een volgende brandhaard die zijn optreden vereiste. Maar eerst zou hij een tussenstop maken om zijn cheque te verzilveren.
Heer Bommel keerde terug naar de kombuis, waar Tom Poes nog steeds opgesloten zat.
'De jonge vriend is altijd zo onrustig,' zei heer Bommel tot Ollijn. 'Als volwassenen praten, moet een jongere geduld hebben. Opsluiting in een keukenkast is weliswaar rigoureus, maar misschien toch leerzaam. Hoe zit het eigenlijk met jou, Ollijn? Heb je wel genoeg gegeten?'
'Honger,' was het te verwachten antwoord en heer Bommel besloot dat Tom Poes nog wel even in de kast kon blijven, eerst moest er iets te eten georganiseerd worden.
Toen Tom Poes even later uit zijn benarde positie bevrijd werd zag hij Ollijn op iets kauwen.
'Wat hebt u hem te eten gegeven?' riep hij ongerust. 'Waarom duurde het zolang? U hoorde mij wel! En waar is die zogenaamde UNI-inspecteur? Het was een oplichter. Zag u echt niet wie dat was?'
'Doe toch eens niet zo druk,' suste heer Bommel de opgewonden Tom Poes. 'Zoveel vragen tegelijk. Maak je over het eten van Ollijn geen zorgen. En die UNI-inspecteur een bedrieger? Integendeel, hij getuigde van bijzondere wijsheid. Ik heb zelden iemand ontmoet die mij zo goed begreep, je zou een voorbeeld aan hem kunnen nemen, jonge vriend. Bovendien heeft hij een feest georganiseerd in Rommeldam, ter ere van mijn thuiskomst, dat zou een oplichter toch nooit doen, zeg nu zelf.'
Tom Poes werd er moedeloos van. 'Soms valt er met u niet te praten. Er is inderdaad een feest georganiseerd ter ere van u. Maar niet door die UNI-inspecteur.'
De Albatros was ondertussen aangemeerd zodat er weinig tijd resteerde om heer Ollie bij te praten. Tom Poes vertelde over het filmpje en legde uit dat heer Ollie de economie van Rommeldam zou redden door iedereen die een stukje van de Lijn meebracht een klein geldbedrag te schenken. Dat hij deze keer niet in stilte goed zou kunnen doen was de net aangestelde weldoener duidelijk, want heel Rommeldam leek te zijn uitgelopen om hem te verwelkomen.
De mooie woorden van inspecteur Priembickel en het warme onthaal op de kade maakten dat heer Bommels neerslachtigheid als sneeuw voor de zon verdween. Als herboren stapte hij de loopplank af om zich alle loftuitingen te laten welgevallen.
De geldkisten werden in vrachtwagens geladen waarna iedereen zich naar het festivalterrein begaf. De motorclub bewaakte de orde met dranghekken zodat iedereen aan de beurt kwam en een stukje Lijn kon ruilen voor geld. Het verdelen vergde heel wat rekenwerk, want heer Bommel had kronen, roebels, ponden en franken bij zich, om maar enkele munteenheden te noemen.
'Zou het niet veel gemakkelijker zijn als we allemaal dezelfde biljetten hadden?' vroeg hij aan de bankdirecteur die hem bijstond in de berekeningen.
Dat vond de bankier een interessante gedachte en hij maakte enkele notities. Tijd om het uit te werken kreeg hij echter niet, want daar diende zich alweer een volgende klant aan. De notitie werd gedurende enkele jaren vergeten in zijn binnenzak tot de jas naar de stomerij werd gebracht en het idee praktische vorm kreeg. Maar dat was van later zorg.

terug naar overzicht
08 - 12 - 2015