De Ontlijner deel 6

Deel zes van Bert Juistenga's  verhaal De Ontlijner over hoe gevaarlijk het is om alles op internet voor waar aan te nemen. Juistenga won met dit verhaal de tweede prijs in de wedstrijd Schrijf een Bommelverhaal.

'Goed, dat is dan duidelijk,' vatte de burgemeester het crisisberaad samen. 'Bommel is geen ingezetene, oftewel, hij is een uitgezetene, dat lijkt me helder. Een illegale vreemdeling. Kom op Bas, roep wat manschappen bij elkaar en zet hem het land uit.'
'Wat krijgen we nu?' riep de commissaris. 'Eerst zeggen we dat hij het land niet uit mag en geven we hem huisarrest en nu is hij opeens een uitgezetene en moet we hem over de grens zetten? Ik wil weten waar ik aan toe ben, want op deze manier kan ik de wet niet handhaven!'
'Ik begrijp je dilemma,' zei de burgemeester vriendelijk. 'Typisch een crisisgeval dat om een politieke oplossing vraagt. We zeggen links, we gaan rechts. Of we doen niks. Modern leiderschap. Gedoogbeleid, zo mag je het ook noemen.'
'De crisis stijgt mij boven de klep,' bromde de commissaris. 'Geef mij maar een frisse krakersbetoging met spandoeken en knuppels, daar draai ik mijn hand niet voor om, maar dit soort praat doet mij verlangen naar vervroegde uittreding.'
Terwijl men op het gemeentehuis druk was met de bestrijding van de crisis was op slot Bommelstein een andere crisis ontstaan. Dit had te maken met een telefoontje van de Rommeldamse Bank.
'Er staat een waardetransport voor ons filiaal,' had de bankdirecteur heer Bommel verteld. 'Het gaat om de winst van uw aandelentransacties, maar u bent eh..., u bent de laatste tijd nogal onprettig in het nieuws, zeg maar. De banken hebben het al niet gemakkelijk en als onze goede naam nu wordt bezoedeld door eh..., of eh..., in verband wordt gebracht met onverkwikkelijke praktijken, tja, hoe moet ik het zeggen?'
'U hebt voldoende gezegd,' antwoordde heer Bommel teleurgesteld. 'Dat kon er ook nog wel bij. Gelukkig hoeft mijn goede vader dit niet mee te maken. Het is beschamend hoe men de oren laat hangen als de goede naam van een Bommel door het slijk wordt getrokken, maar het is genoeg. Ik zal u van uw zorgen en mijn geld verlossen.'
Tom Poes vroeg zich af hoe heer Bommel dacht de politiepost te passeren, maar de door tegenslag geplaagde heer liet zich niet weerhouden.
'De grens is bereikt, jonge vriend,' sprak hij krachtig. 'Als jij de Oude Schicht vast voorrijdt zal ik ze laten zien wat de toorn van een heer teweeg brengt als de emmer overloopt.'
De politiemacht op de oprit van slot Bommelstein stond er niet voor niets en de dienstdoende agenten gaven de bewegingen die zij registreerden onmiddellijk door aan hun chef. Die was nog steeds in crisisoverleg met de burgemeester.
'De mannen zien beweging bij Bommelstein, de auto van verdachte wordt voorgereden door Tom Poes,' meldde de commissaris. 'Zeg het maar, burgemeester, hoe stel je je dat voor, die politieke oplossing? Slaan we hem in de boeien of wat?'
'Gedoogbeleid zei ik toch?' zuchtte de burgemeester. 'Laat de dingen op z'n beloop. Gedogen, niks doen. Knijp een oogje dicht. Je wilt niet dat hij het land uitgaat en tegelijkertijd wil je juist dat hij vertrekt, zo ver mogelijk. Dan is er maar een oplossing, Bas. De andere kant op kijken.'
De commissaris verliet hoofdschuddend het crisisberaad. 'Waarom heb ik daar in vredesnaam een controlepost met een slagboom laten neerzetten? Geen wonder dat de politie geen gezag meer heeft. Het werk wordt ons onmogelijk gemaakt.'
Via zijn radio gaf hij orders door aan zijn ondergeschikten. 'Wat Bommel ook doet, je laat het maar gewoon gebeuren. Probeer hem niet te belemmeren, kijk de andere kant op. Gedoogbeleid noemt men dat met moderne bewoordingen. Wat niet weet, wat niet deert. Orders van de burgemeester zelf.'
De bewakers van Bommelstein gaven enige tegenspraak, maar toen hun chef de orders herhaalde, vergezeld van enkele krachttermen die hier niet afgedrukt zullen worden, was het volkomen duidelijk.
Toen de Oude Schicht even later de politiepost passeerde stond de slagboom omhoog en hadden de politieambtenaren de weg de rug toegekeerd zodat zij het voertuig met heer Bommel, Ollijn en Tom Poes niet zagen passeren. Het verbaasde Tom Poes, want het klassieke voertuig was beslist niet geruisloos, maar kennelijk was het onvoldoende om de aandacht van de handhavers der wet te trekken. Onverstoorbaar keken zij de andere kant op, in de richting van het bos waar niets belangwekkends gebeurde.
'Zie je,' zei heer Bommel met een glimlach. 'Als de krachten van een heer eenmaal ontketend zijn, houdt niets hem meer tegen, ook geen controlepost met gewapende agenten en een slagboom.'
'De slagboom stond omhoog,' merkte Tom Poes op, maar heer Bommel liet zijn stemming hierdoor niet bederven.
'Kijk eens aan, de winst van mijn aandeeltjes,' verklaarde heer Bommel toen ze even later de Oude Schicht parkeerden. 'Het is verbijsterend hoe eenvoudig een heer geld verdient als hij even niet oplet.'
Voor het bankgebouw stond een grote vrachtwagen van een geldtransport omringd door woest uitziende motorrijders. Zij droegen donkere zonnebrillen en zwartlederen vechtjassen met daarover felgekleurde hesjes die aangaven dat ze van de beveiliging waren. De hesjes hadden als bijkomend voordeel dat ze de logo's van de motorclub afdekten, wat de rust in het straatbeeld ten goede kwam.
Heer Bommel meldde zich met opgeheven hoofd in het bankgebouw.
'Mijn naam is Bommel, Olivier B. Bommel en ik kom mijn rekeningen opheffen,' sprak hij verbitterd. De bankdirecteur probeerde halfslachtig zijn excuses te maken, maar gaf meteen aan dat het beter was om met wederzijds goedvinden afscheid te nemen.
'Het is niet aan mij om te oordelen over uw geldstromen, maar ik moet handelen in het belang van de bank,' sprak hij dienstbaar. 'We hebben het al zo moeilijk nu we geen woekerpolissen meer mogen verkopen en nu leest iedereen nare berichten over uw persoon op de Lijn en worden we in een adem genoemd met fraude en voorkennis en dat is slecht voor de beeldvorming, terwijl we er alles van af weten, begrijpt u? Daarom is het wellicht verstandig dat u uw kapitaal elders onderbrengt, voordat de bank omvalt.'
Heer Bommel keek het imposante gebouw rond en vroeg zich af hoe dat om kon vallen.
'Ik weet voldoende,' zei hij. 'Het is treurig dat de bank een vermogend heer met zijn kluis het riet in stuurt, maar ik voel haarfijn aan wanneer ik liever kwijt dan rijk ben. En mijn geld ook, bedoel ik. Bovendien wil ik niet op mijn geweten hebben dat uw kloeke gebouw omvalt, ook al begrijp ik niet wat u bedoelt. Hoeveel geld heb ik eigenlijk?'
De bankdirecteur was voorbereid, want als het om de belangen van de bank gaat kan er snel geschakeld worden. Hij overhandigde heer Bommel een lange telstrook en wenkte zijn personeel, waarop karretjes vol geldzakken naar buiten werden gereden.
'Zoveel mogelijk coupures van duizend florijnen,' zei de bankdirecteur. 'Ondanks dat is het nog steeds een flink volume. Ik ben zo vrij geweest een extra vrachtwagen voor geldvervoer te bestellen. De kosten heb ik uiteraard in mindering gebracht op uw tegoed.'
De tweede vrachtwagen werd onder toeziend oog van de gemotoriseerde bewakingsdienst geladen en kort daarop kon de opgeluchte bankdirecteur met een ferme handdruk afscheid nemen van heer Bommel.
'Hoewel u niet langer klant bent geef ik u toch een laatste advies, geheel gratis,' fluisterde de bankdirecteur. 'Als ik u was zou ik het geld beleggen in goud en diamanten, dat is veel handzamer dan al die stapels bankbiljetten.'
'Goud en diamanten,' mompelde heer Ollie die zich inderdaad afvroeg wat hij met twee vrachtwagens vol geld moest aanvangen. 'Maar waar vind ik die?'

terug naar overzicht
13 - 10 - 2015