De Ontlijner deel 7

Deel zeven van Bert Juistenga's  verhaal De Ontlijner over hoe gevaarlijk het is om alles op internet voor waar aan te nemen. Juistenga won met dit verhaal de tweede prijs in de wedstrijd Schrijf een Bommelverhaal.

'Vooruit, ik ben de kwaadste niet,' zei de geldadviseur. 'In de Zwarte Bergen is een grenswisselkantoor waar veel zaken passeren die het daglicht niet kunnen verdragen, eh..., nou, ik bedoel, ze hebben gunstige openingstijden. Dag en nacht geopend, bedoel ik, ook als het donker is. Daar zou ik mij vervoegen als ik u was, ze hanteren een gunstige koers en stellen weinig vragen. Precies wat u zoekt.'

Heer Bommel was er niet gerust op. De Zwarte Bergen staan bekend als toevluchtsoord voor bandieten en ongure elementen. Gelukkig was de voorzitter van de motorclub bereid het geldtransport van beveiliging te blijven voorzien, zeker nadat heer Bommel akkoord ging met verdubbeling van het honorarium, wat hem vanzelfsprekend toescheen nu er een tweede vrachtauto was toegevoegd.

Tom Poes besloot in de stad te blijven. 'Het lijkt erop dat de Lijn in veel gevallen misschien niet de  problemen veroorzaakt maar ze wel enorm vergroot,' zei hij. 'Ik moet erachter zien te komen hoe het werkt.'

'Het is goed hoor,' sprak heer Bommel teleurgesteld. 'Als heer sta ik overal alleen voor. Maar ik zal mijn eenzame weg moedig te lijf gaan, terwijl de jonge vriend zich liever bezighoudt met computerspelletjes en nutteloze nieuwsberichten. Zo is de jeugd.'

Heer Bommel reed aan het hoofd van het geldtransport met motorescorte de stad uit op weg naar de Zwarte Bergen. Ondertussen ging Tom Poes naar een Lijncafé waar rijen computers op tafeltjes stonden en bezoekers onder het genot van een consumptie informatie konden opzoeken op de Lijn. Tom Poes zag dat heer Bommel een veelbesproken onderwerp was op de digitale nieuwsbulletins en dat het nieuws zich bovendien razendsnel verspreidde. Naast de artikelen over kwalijke aandelentransacties, twijfelachtige subsidies en bouwfraude verschenen er nu berichten over heer Bommel die al zijn geld had opgenomen bij de Rommeldamse bank.

Tom Poes keek het Lijncafé rond en ontdekte tussen de bezoekers opeens een bekend gezicht. De persoon in kwestie  had Tom Poes ook herkend en deed een vergeefse poging zijn gelaat achter een plaksnor met feestbril te verbergen. Tom Poes schoof naast hem aan het tafeltje.

'Joris Goedbloed, dat ik jou nu hier moet tegenkomen.'

De aangesprokene keek verrast op. 'Ach, kijk eens aan, de jonge vriend van heer Bommel, wat is de wereld toch klein.'

'Wat doe jij hier?' vroeg Tom Poes.

'Ik eh..., ik houd hier kantoor,' antwoordde Joris Goedbloed. 'De Lijn biedt ongekende mogelijkheden voor een creatief brein en het is hier in zo'n anonieme omgeving prettig zakendoen. Oportunum momentum est, zoals wij latinisten zeggen als wij onze kans grijpen wanneer de tijd rijp is.'

'Hm,' zei Tom Poes, 'ik weet niet of ik je kan vertrouwen maar ik kan wel wat hulp gebruiken van een deskundige.'

Het waardetransport van heer Bommel reed langs ravijnen en haarspeldbochten steeds dieper de Zwarte Bergen in. De vrachtwagens waren bedrukt met opvallende letters zodat twee zakenlieden met een bedenkelijke reputatie van grote afstand zagen dat zich hier een buitenkansje voordeed.

'Dat is die bolle,' zei de grootste, genaamd Bul Super. 'Komt met twee vrachtauto's vol poet uitgerekend onze kant op. Die trekken we achterover.'

Zijn compagnon, Hiep Hieper, was in een feestelijke stemming. 'Dit is de klapper waar we al jaren op wachten, baas. Die dikke heeft zowat de hele Rommeldamse bank bij zich.'

De zakenlieden wisten van aanpakken en brachten in een bocht van de weg enkele boomstammen in positie, waarna zij zich achter het struweel in hinderlaag legden. Even later kwam de colonne tot stilstand en sprongen de twee tevoorschijn. Ter vermomming hadden zij oogmaskers en zakdoeken om hun gelaat geknoopt en nu schoten zij hun vuurwapens in de lucht af.

'Je geld of je leven,' riep de kleinste.

'Geef je over,' vulde de ander aan.

'Een be-beroving,' stamelde heer Bommel. 'Ook dat nog, blijft mij dan niets bespaard?'

Al snel bleek dat hij zich onnodig zorgen maakte, want de bewaking van het geldtransport was in goede handen. Bul Super zag vanachter zijn masker dat men de armen nog niet omhoog stak en schoot nogmaals in de lucht.

'Handen omhoog, geef je over!' herhaalde hij met stemverheffing. Het had niet het gewenste effect. Nee, overgave was een woord dat niet in de statuten van de motorrijdersvereniging voorkwam.

De motoren werden geparkeerd en de bestuurders die niet terugdeinsden voor geweld haalden honkbalknuppels en andere slagwerktuigen tevoorschijn waarmee zij de overvallers doeltreffend terechtwezen. Het was een kort en krachtig optreden. Heer Bommel gebruikte het intermezzo om de honger van Ollijn te stillen met de voor alle zekerheid versnipperde telstrook van de bank die dankzij de vele cijfers zeer voedzaam bleek.

Super en Hieper werden onder verkreukte omstandigheden door de beveiligingsdienst in de berm geschoven samen met de opgeworpen wegversperring.

'Wie niet horen wil moet voelen,' sprak heer Bommel de verfrommelde struikrovers toe terwijl hij optrok. 'Dat zei mijn goede vader altijd en daar houd ik mij aan. De steen des aanstoots valt nooit ver van de boom, laat dat een wijze les zijn.'

Zijn raadgevingen kwamen niet aan bij de toehoorders die hun gedachten na de kloppartij nog niet geheel op orde hadden.

Toen heer Bommel een paar kilometer verderop een agent langs de weg zag staan overwoog hij om aangifte te doen, maar toen de agent de Oude Schicht gewaar werd draaide hij zich subiet om en heer Bommel besloot dan ook om zijn weg te vervolgen.

'Als heer met huisarrest die ver van huis is kan men misschien beter geen slapende honden wakker maken,' meende hij. 'Bovendien lijken alle politiefunctionarissen die ik tegenkom mij doelbewust te negeren. Wellicht is men van hogerhand tot inkeer gekomen. Zo zie je maar, de soep wordt nooit zo heet gegeten, of de put is al gedempt.'

De reis naar de grens verliep verder zonder oponthoud en na enige tijd hield het konvooi halt voor het grenswisselkantoor. Heer Bommel zag tot zijn verrassing dat in hetzelfde pand ook een wasserette gevestigd was, wat hij een opmerkelijke combinatie vond, maar waarvan het nut zich spoedig zou bewijzen.

Heer Bommel meldde zich bij de bedrijfsleider die zich al in de handen wreef.

'U zit goed in de slappe was,' sprak hij gastvrij. 'Hartelijk welkom, wij zijn u graag van dienst.'

'Nee, nee, ik kom niet voor de was, dat doet Joost,' verbeterde heer Ollie hem. 'Ik heb een geldtransport gevuld met bankbiljetten die ik graag zou wisselen voor goud en diamanten, veel handzamer, zo is mij aangeraden.'

'Dan bent u hier aan het goede adres,' sprak de geldwisselaar. 'Eens kijken. Vermoedelijk gaat het om een aanzienlijk bedrag, daarom ben ik verplicht uw legitimatie te vragen.'

Dat was een lichte tegenvaller voor de eigenaar van het aanzienlijke bedrag.

'Mijn paspoort is eh... opgegeten als het ware, eh..., ik ben het kwijt, zeg maar, als u begrijpt wat ik bedoel,' stotterde heer Ollie. 'Waarom wil iedereen toch steeds weten wie ik ben, terwijl men de naam en faam van een Bommel kent, wanneer die hem vooruitsnelt.'

'Geen zorgen,' glimlachte de grensbankier. 'U bezit een portefeuille?'

'Natuurlijk,' sprak heer Bommel verbaasd. 'Maar die is slechts gevuld met bankbiljetten en wat heb ik nu...'

'Bankbiljetten, uitstekend,' viel de geldhandelaar heer Bommel in de rede. 'Zeer legitiem. Dat zal de vaststelling van uw identiteit beslist versoepelen.'

Heer Bommel begreep de hint en begon bankbiljetten voor de bankier uit te tellen. Na enige tijd bereikte het stapeltje bankbiljetten een prettige hoogte en gebaarde de bankier dat het voldoende was, want ondanks zijn jarenlange ervaring in het bankwezen was de stem van zijn geweten nog niet volledig het zwijgen opgelegd.

'Voldoende gelegitimeerd,' sprak hij terwijl hij een vinkje zette op zijn formulier. 'Het moet niet te gortig worden, ons metier staat er al niet best op en u hebt het bovendien moeilijk genoeg met een opgegeten paspoort.'

Heer Bommel bedankte de geldwisselaar voor het begrip, maar het formulier bevatte nog meer hindernissen.

'Bij grote hoeveelheden contant geld moet ik vragen naar de herkomst van uw middelen,' zei de bankier. 'Waar komt uw geld vandaan?'

Heer Bommel vond dat een lastige vraag.

terug naar overzicht
20 - 10 - 2015