De Ontlijner deel 8

Deel acht van Bert Juistenga's  verhaal De Ontlijner over hoe gevaarlijk het is om alles op internet voor waar aan te nemen. Juistenga won met dit verhaal de tweede prijs in de wedstrijd Schrijf een Bommelverhaal.

'Daar denk ik nooit zo over na,' bracht hij weifelend uit. 'Mijn goede vader heeft mij een mooie erfenis nagelaten, een voorvaderlijk slot dat ik eigenhandig met subsidie heb laten bouwen en verder wat aandelen die ik op het goede moment verkocht zodat er een auto vol geld werd afgeleverd bij de bank en...'
De bankier schudde het hoofd. 'Over subsidies en aandelen heb ik het een en ander vernomen. We zijn misschien ver van de beschaving, maar ook hier is men aangesloten op de Lijn. Ik wil de fiscus niet over de vloer, vooral niet onaangekondigd, dus we moeten iets anders noteren als het gaat om de herkomst van uw vermogen. Iets dat dicht bij de waarheid blijft maar toch algemeen aanvaardbaar is, begrijpt u?'
Heer Bommel knikte onzeker. 'Waar komt mijn geld vandaan? Dat zijn toch geen vragen die men een heer stelt? Ik bedoel, eh..., ja, strikt genomen, waar komt het eigenlijk vandaan? Van de vrachtauto's hier voor de deur, dat kan iedereen toch zien?'
'Voortreffelijk!' riep de geldwisselaar opgetogen. 'Zeer plausibel. We zien dagelijks soortgelijke gevallen. Van de vrachtwagen. Staat genoteerd. Dan kunnen we nu overgaan tot de telling van de florijnen. Hebt u zelf enig idee hoeveel het is?'
'Men heeft het bij de bank voor mij geteld,' antwoordde de gefortuneerde heer. 'Helaas kregen we onderweg te maken met een kleine hongersnood en eh..., hoe zal ik het zeggen, de telstrook is opgegeten.'
'Men eet tegenwoordig werkelijk alles. Geen enkel probleem,' stelde de bankier hem gerust. 'Mijn bankfiliaal is vrij klein, maar de wasserette des te groter en de jongens zijn gewend grote hoeveelheden geld door hun handen te laten gaan.' Hij drukte op een belletje onder de balie waarna het personeel zich kwam melden.
Heer Bommel keek met tevredenheid naar de geoefende wijze waarop het geld werd geteld en gebundeld. 'Deze afgelegen streken kwamen mij altijd onaangenaam voor, maar als heer wordt ik hier uitstekend ontvangen en zeer ordelijk van mijn geld afgeholpen.'
Nadat de telling was afgerond werd de vrachtwagen geladen met kratten vol goudstaven en diamanten. De geldwisselaar legde uit dat er provisie, wachtgeld en diverse onkosten in rekening gebracht moesten worden, plus een bijzondere toeslag voor opgegeten documenten. Heer Bommel had daar alle begrip voor en bedankte de bankier voor het vertrouwen.
'Tenslotte komt de zon ook niet voor niks op,' sprak hij en de geldwisselaar beaamde dat van harte, want hij was goed opgeleid en wist dat een kapitaalkrachtige klant nooit tegengesproken dient te worden. De bankier gaf de met goud beladen heer nog wat nuttig advies over een eilandengroep met een gunstig belastingklimaat waar men geen moeilijke vragen stelt en daarna zette het konvooi zich in beweging richting Rommeldam.
Op het moment dat heer Bommel nog bezig was met het wisselen van zijn kapitaal werd Tom Poes ingewijd in de geheimen van de Lijn. Joris Goedbloed bleek zeer bekwaam in het zakendoen via de computer hoewel hij niet teveel prijsgaf over zijn activiteiten. Na een tijdje bedankte Tom Poes hem voor zijn hulp en nam afscheid.
'Ik heb genoeg gezien,' dacht hij. 'De Lijn is een gevaarlijk medium. Lieden met slechte bedoelingen hebben vrij spel, want wat je op de Lijn zet wordt waarheid. En andersom werkt het ook, want dingen die niet op de Lijn gevonden kunnen worden trekt men in twijfel, daarom zit heer Ollie in de problemen. Maar dat heeft ook iets met de ontlijner te maken, dat wordt mij steeds meer duidelijk. Ik moet hem snel zien te vinden, want straks is de ellende niet meer te overzien.'
Tom Poes verliet de stad door de Oosterpoort. Het duurde niet lang of hij werd het goudtransport gewaar. Heer Ollie was blij zijn jonge vriend te ontmoeten en liet het konvooi halt houden. Hij vertelde hoe prettig hij zijn bankbiljetten aan de grens had gewisseld voor goudstaven en diamanten en dat zijn problemen met de overheid ook tot het verleden schenen te behoren.
'Op de terugreis kwam ik verschillende politieagenten tegen,' glimlachte heer Bommel. 'Zodra ze mij zagen keken ze de andere kant op en lieten mij ongemoeid passeren. Ze beseffen zeer waarschijnlijk dat ze de zaken niet goed aangepakt hebben. Als ondergewaardeerd heer voel ik dat heel fijn aan. Maar nu moet ik een schip zoeken dat mijn kapitaal naar de Krookeilanden kan vervoeren, want daar heerst een zonnig belastingklimaat.'
Tom Poes betwijfelde of heer Ollie de omstandigheden waarin hij zich bevond wel helemaal overzag. Op de Lijn werden de geruchten rondom de persoon van heer Bommel steeds groter, maar het leek Tom Poes nu niet het moment om daarover te beginnen. Zijn goede vriend verkeerde in een opperbeste stemming en dan was hij niet ontvankelijk voor onprettige tegengeluiden.
Tom Poes vertelde wat hij allemaal had geleerd in het Lijncafé.
'De Lijn is een gevaar,' besloot Tom Poes. 'Er wordt zomaar iets beweerd en iedereen gelooft het, alleen omdat iets wel of juist niet op de Lijn te zien is. U hebt het zelf meegemaakt.'
'Ja, ja, als heer maakt men dat voortdurend mee,' zei heer Bommel wat afwezig, want hij werd afgeleid door Ollijn die meldde dat hij honger had en uit ervaring wist dat wanneer een voertuig tot stilstand komt er meestal iets gegeten wordt.
'Daar heb ik ook over nagedacht,' ging Tom Poes verder. 'Ik heb zo'n vermoeden dat ik begrijp wat Kwetal bedoelde toen hij zei dat alles van waarde verdwijnt als je het aan de ontlijner te eten geeft.'
Heer Bommel luisterde niet, hij zocht zijn binnenzakken na om iets eetbaars voor Ollijn te vinden.
'Ach, kijk eens aan, ' sprak hij opgelucht toen hij een biljet van vijf florijnen vond. 'Deze is per ongeluk vergeten bij het geld wisselen, maar nu komt het toch mooi van pas.'
Tom Poes slaakte een kreet en deed een greep naar het bankbiljet, maar Ollijn was hem te vlug af. Hij wist dat hij snel moest reageren als Tom Poes in de buurt was. Die kon dan ook niet verhinderen dat Ollijn het bankbiljet in zijn mond stak en opat.
'Waarom luistert u nou nooit?' riep Tom Poes boos. 'Ik probeer u uit te leggen waarom u zijn eten eerst moet versnipperen, maar nee, wat doet u?'
'Wacht even,' onderbrak heer Bommel hem. 'Dat geldt voor dingen die waarde hebben, maar zeg nu zelf, wat voor waarde heeft mijn laatste briefje van vijf florijnen als ik de eigenaar ben van een vrachtauto vol goud en diamanten? Je moet toch toegeven dat ik gelijk heb, jonge vriend.'
'U begrijpt er niks van, ' antwoordde Tom Poes. 'Hier krijgt u last mee, let maar op. We kunnen beter voortmaken en een schip zoeken dat u met uw goud naar die eilanden kan brengen waar u het over had. Voordat het te laat is.'
'Mijn idee,' zei heer Bommel. 'Misschien moet je mee gaan op reis, een korte vakantie zal je goed doen, want ik vind je wat zuur, als je begrijpt wat ik bedoel.'
Tom Poes schudde het hoofd. 'Ik rijd een stukje met u mee, maar voor vakantie heb ik geen tijd, ik moet dringend een list verzinnen.'

terug naar overzicht
27 - 10 - 2015