De Ontlijner deel 9

Deel negen van Bert Juistenga's  verhaal De Ontlijner over hoe gevaarlijk het is om alles op internet voor waar aan te nemen. Juistenga won met dit verhaal de tweede prijs in de wedstrijd Schrijf een Bommelverhaal.

In de stad bleek dat de eetlust van Ollijn grote gevolgen had. Kassa's sloegen op hol en overal heerste onrust en zag men burgers in consternatie de straat op gaan. Alle bankbiljetten waren plotseling blanco. Ver weg in de Zwarte Bergen werd de verandering ook opgemerkt. Waar de grensbankier net nog met plezier naar de stapels bankbiljetten in zijn kluis keek en zichzelf feliciteerde met deze prachtige transactie, trok hij zich nu de haren uit het hoofd. De berg florijnen was veranderd in een berg waardeloos papier. In paniek begon hij te bellen met collega's in de valutahandel, maar overal hoorde hij hetzelfde. De florijn was in een oogwenk een waardeloze munt geworden. Aangezien de voorraad in zijn kluis uitsluitend uit florijnen bestond, hoefde hij niet lang na te denken over de vraag of hij geruïneerd was.
Heer Bommel ontdekte in de haven het schip Albatros en aangezien hij goede ervaringen met de gezagvoerder had ging hij in onderhandeling over het verschepen van zijn kapitaal. Kapitein Wal Rus wist dat zijn klant goed van betalen was zodat de prijs snel werd afgemaakt en het overladen van de kratten met goud en diamanten kon beginnen.
In de tussentijd had Tom Poes zijn oor te luister gelegd onder de bevolking die tegenwoordig alle antwoorden op moeilijke vraagstukken op de Lijn zocht en hiaten in de feitenkennis opvulde door het over en weer versturen van meningen en voorbarige conclusies. Het duurde dan ook niet lang of er verschenen woeste koppen op de digitale nieuwspagina's.
'Florijn van de kaart geveegd, economie Rommeldam stort in.'
'Olivier B.B. liquideert bankier van de onderwereld.'
'Bommel verdwijnt met al ons goud naar het buitenland.'
Het geldtransport van heer Bommel was niet ongezien door de stad gereden, zodat de woeste koppen niet langer beperkt bleven tot het computerscherm maar nu ook vorm begonnen te krijgen in een opgewonden menigte die met tekstborden en knokploegen optrok in de richting van het havengebied.
'Ik moet snel handelen,' zei Tom Poes. 'Heer Ollie krijgt opnieuw overal de schuld van, wat voor een deel ook zo is, maar dat komt omdat hij Ollijn de verkeerde dingen te eten geeft. Ik moet ze van elkaar scheiden, want dit loopt de spuigaten uit. En misschien komt Ollijn mij nog wel van pas.'
Kapitein Wal Rus stond op de brug en zag een betoging naderen met opruiende spandoeken, geadresseerd aan heer Bommel en hij maande de havenarbeiders tot spoed aan. 'Hoogste tijd om de trossen los te gooien,' bulderde hij, waarna hij zich tot zijn passagier richtte. 'Je doet je naam eer aan, Strubbels, als jij je bolle gezicht om de hoek steekt zijn de moeilijkheden nooit ver weg.'
'De naam is Bommel,' verbeterde de aangesprokene hem. 'En een Bommel doet zijn naam altijd eer aan, tenslotte is men....'
'Het is al goed,' onderbrak de kapitein hem. 'Brummels, Trobbels, we hebben nu geen tijd om te bakkeleien over de uitspraak, ik voorzie rotzooi op de wal. Alles is aan boord, we kiezen het ruime sop.'
Op dat moment werd de afvaart nog heel even opgehouden door Tom Poes die aan dek verscheen.
'Net op tijd,' bromde kapitein Rus. 'Haal de loopplank binnen, voordat die landkrabben hier over mijn dek razen.'
'Nee, ik ga niet mee,' riep Tom Poes. 'Ik kom Ollijn halen, hij zou wel eens last van zeeziekte kunnen krijgen. U moet hier weg, heer Ollie, maar ik heb een plan bedacht. Ik ga de boel wakker schudden.'
Met die woorden pakte hij Ollijn bij de hand en rende de loopplank weer af.
Het rustige vaarwater waarin heer Ollie zich nu met zijn goudvoorraad bevond stond in schril contrast met de chaos die in Rommeldam heerste. Niemand begreep hoe het mogelijk was dat de florijn opeens niets meer waard was, maar die Bommel had er iets mee te maken, dat was zo helder als glas. Hij had immers niet voor niets al zijn geld ingewisseld voor goud om er nu mee naar het buitenland te verdwijnen.
Tom Poes ging naar het Lijncafé waar hij Joris Goedbloed vertelde dat hij een list bedacht had. Het plan dat hem ontvouwd werd beviel de creatieve ondernemer en hoewel hij de bedoeling ervan niet helemaal begreep besefte hij dat hij precies de kunde en vaardigheden bezat om datgene wat Tom Poes nodig had in handen te krijgen. Bovendien had hij genoeg tijd nu iedereen zijn geld kwijt was.
Niet veel later verscheen een deftig uitziende vreemdeling met een koffertje op de stoep van het gemeentemuseum. Het museum was wegens de geldcrisis gesloten, maar dit weerhield de vreemdeling er niet van om aan te bellen, nadat hij eerst zorgvuldig in de ruit had gecontroleerd of zijn plaksnor recht zat. De museumdirecteur deed open en wilde uitleggen waarom het museum gesloten was, maar hij werd onderbroken.
'Ik kom niet zozeer voor een bezichtiging,' sprak de vreemdeling. 'Het gaat om de internationale donatie van vijftigduizend dollar die door de Wereldraad van Gemeentemusea aan uw museum is toegekend, u bent ongetwijfeld op de hoogte.'
'Ik-ik weet van niks,' stamelde de gesloten museumdirecteur. 'Maar komt u toch binnen, want in deze barre tijden is een buitenlandse schenking in dollars meer dan welkom.'
'Heel prettig,' stelde de brenger van het goede nieuws vast terwijl hij zijn blik door de toonzaal liet dwalen. 'Mijn naam is doctorandus Jodocus Goudblad, afgestudeerd oudheidkundig archeoloog en men heeft mij gevraagd een steekproef te doen met een willekeurig middeleeuws document in uw collectie zodat u in aanmerking kunt komen voor de donatie. Het is slechts een formaliteit.'
De museumdirecteur was nog enigszins beduusd door de goede tijding, maar de oudheidkundige was stil blijven staan voor een van de vitrines.
'Wat hebben wij hier? Dit lijkt me een geschikt document om mijn proefneming op los te laten.'
'Dit is een bijzonder document,' aarzelde de directeur. 'Het is de officiële akte die is opgesteld toen de stad Rommeldam in 1216 gesticht werd, dit is het eerste en oudste document waarin de stad genoemd wordt.'
'Juist ja, zeer geschikt voor mijn proef,' zei de doctorandus. 'Haalt u de vitrine maar even van het slot.'
'Er zijn nog zoveel andere voorwerpen,' stribbelde de museumdirecteur tegen. 'Waarom kiest u precies een van de kostbaarste stukken uit onze collectie? Kunt u niet...'
'Jammer dat u niet meewerkt,' viel de oudheidkundige hem in de rede. 'Uw voorbehoud doet mij vermoeden dat u twijfelt aan de echtheid van dit document. Als onafhankelijk deskundige kan ik natuurlijk niet toelaten dat betrokkenen mijn steekproef manipuleren. Ik zal verslag uitbrengen aan de Raad. De subsidie kunt u op uw buik schrijven, dat spreekt. Spijtig voor het museum en ook voor uw eigen loopbaan, maar dat is aan u.'
De woorden van de archeoloog kwamen aan.
'Misschien hebt u mij verkeerd begrepen,' herpakte de museumdirecteur zich. 'Wat houdt uw proef precies in? Geen twijfel over de echtheid hoor, maar het mag niet beschadigd raken.'
De geleerde haalde nu een camera met een groot flitsapparaat uit zijn koffertje. 'Dit lijkt normale fotoapparatuur, maar het straalt ultra-infrarood licht uit, waardoor de katoenvezels in het perkament groen en geel oplichten. Het document kan gewoon in de vitrine blijven, ik zal het niet aanraken. Als u alleen even de deurtjes openzet, want de straling werkt niet door glas heen.'
De directeur ging schoorvoetend akkoord en opende de vitrine. De geleerde stelde zijn camera in, maar op het moment dat hij afdrukte draaide hij zijn toestel recht in het gezicht van de toekijkende directeur die door de lichtflits volledig verblind raakte. Hij viel van schrik achterover terwijl het hem zoals beloofd groen en geel voor de ogen werd.
'Wat-wat gebeurt er?' vroeg hij angstig, maar er kwam geen antwoord. Na enkele minuten kreeg hij het zicht terug en werd zijn angstige voorgevoel bewaarheid. De fotograferende onderzoeker was verdwenen en de oprichtingsakte van Rommeldam ook.

terug naar overzicht
03 - 11 - 2015